HAVO en VWO
In de Tweede Fase hebben de vakken uit het profieldeel geen aparte positie meer in de slaag- / zakregeling. Bovendien geldt er een compensatieregeling. Een HAVO-leerling heeft acht cijfers die meewegen in de slaag- / zakregeling: voor Nederlands, Engels, vier profielvakken, één vak in het vrije deel en een combinatiecijfer. Een VWO-leerling negen: dezelfde als op de HAVO en daarnaast een tweede moderne vreemde taal. Deze acht – respectievelijk negen – cijfers maken uit of de leerling geslaagd of gezakt is.
Een examenkandidaat is geslaagd als:
- alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of
- er 1x5 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, of
- er 1x4 of 2x5 of 1x5 en 1x4 is behaald en voor de overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde tenminste 6.0 is., voor de vakken waarin een leerling centraal eindexamen doet moet het gemiddelde CE resultaat > 5.5 zijn.
Daarnaast moeten CKV en LO zijn beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘goed’.
Het combinatiecijfer voor bestaat uit de cijfers voor maatschappijleer, het profielwerkstuk, ANW en voor individuele leerlingen KCV.
Een eindcijfer van een drie of lager op de cijferlijst betekent dat de leerling niet geslaagd is. Dit geldt ook voor de verschillende onderdelen die meewegen in het combinatiecijfer.
Voor alle duidelijkheid: als één van de onderdelen van het combinatiecijfer een drie of lager is, is de leerling niet geslaagd, zelfs als het gemiddelde (oftewel: het combinatiecijfer) een zes of hoger is.
VMBO-t
Het PTA en het examenreglement worden vanaf 1 oktober 2011 ook gepubliceerd op de schoolportal (uw zoon/dochter heeft een inlogcode). Hierin staat uitvoerig de regeling beschreven die voor de examenjaren (klas 3 en 4) van toepassing is.
Voor de gekozen en verplichte vakken in het vakkenpakket geldt dat het diplomacijfer wordt bepaald door het gemiddelde uit te rekenen van de cijfers van de schoolexamens en de landelijke examens (afronding vindt plaats op één heel cijfer).
Het vak maatschappijleer kent alleen een schoolexamen. Het cijfer dat hiervoor wordt behaald, is dus tevens het diplomacijfer. Voor de vakken CKV-1 (verplicht voor iedereen, afgesloten in klas 3) en lichamelijke opvoeding geldt dat het vak ‘voldoende’ moet zijn. Ook het sectorwerkstuk dient ‘voldoende’ te zijn om in aanmerking te kunnen komen voor het diploma.
Een examenkandidaat is geslaagd als:
- de kandidaat voor ten hoogste één examenvak het eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken een 6 of meer;
- de kandidaat voor ten hoogste één vak een 4 heeft behaald en voor de overige vakken een 6 of meer waarvan tenminste één cijfer een 7 of meer is;
- de kandidaat voor twee van zijn examenvakken een 5 heeft behaald en voor zijn overige vakken een 6 of meer waarvan ten minste één cijfer een 7 of meer is, voor de vakken waarin een leerling centraal eindexamen doet moet het gemiddelde CE resultaat > 5.5 zijn.
- In alle andere gevallen wordt de leerling afgewezen.